Aanstaande dinsdag zal rector Mark Waer aan de Universiteitsraad een synthesenota voorstellen die de herstructureringsplannen voor het bestuur van onze universiteit bevat. Daarmee komt het einde van een lange hervormingsperiode stilaan in zicht. “Misschien heeft de berg een muis gebaard.”
Maud Oeyen
De bal ging aan het rollen nadat rector Marc Vervenne vorig jaar na een verre van transparante evaluatieprocedure zonder veel uitleg aan de deur werd gezet. Het imago van de K.U.Leuven kreeg daarmee een ferme deuk en er kwam vrijwel onmiddellijk een storm van protest op gang. Aan het begin van dit academiejaar werd daarom gestart met een werkgroep – de zogenaamde herstructureringscommissie, bestaande uit Jef Roos (voorzitter van de Raad van Bestuur), André Oosterlinck (voorzitter van de Associatie), Guy Mannaerts (voorzitter van het Bestuurscomité van de ziekenhuizen), Koen Debackere (algemeen beheerder van de K.U.Leuven), Koen Geens (juridisch expert) en rector Mark Waer. Deze commissie boog zich voornamelijk over de suprastructuren: de Inrichtende Overheid (IO), de Raad van Bestuur (RvB) en de Associatie. Anderzijds nam de Academische Raad de positie en de rol van de Academische Raad (AR), het College van Bestuur (CvB), de rector en de groepen onder de loep.
“Het meest zichtbare resultaat van deze hervorming is wellicht de beslissing om de rector om de vier jaar te verkiezen, met een eventuele herverkiezing,” vertelt een lid van de Academische Raad. Geen sprake meer van een evaluatie dus, noch van een screeningsprocedure. “In vergelijking hiermee zijn alle andere wijzigingen eigenlijk weinig spectaculair.” Ook de decanen zullen voortaan twee keer vier jaar kunnen aanblijven, dat is een jaar langer dan vandaag het geval is.
Grootkanselier
De Inrichtende Overheid zal er in de toekomst ook anders gaan uitzien. Een decaan verduidelijkt: “Op dit moment zitten er heel wat vertegenwoordigers van de hogescholen uit de Associatie in de IO. Men gaat er echter van uit dat er een aantal fusies tussen die hogescholen zullen plaatsvinden, waardoor de IO nog maar een dikke twintig leden zal tellen, in plaats van de huidige veertig.” De Inrichtende Overheid kan beschouwd worden als het ‘grondwetgevende orgaan’ van de K.U.Leuven. Het bekrachtigt onder andere formeel de aanstelling van de rector en is overigens het enige orgaan waarin de bisschoppen nog iets te zeggen hebben. Zoals de plannen er nu uitzien zal het voorlopig de Aartsbisschop van Mechelen-Brussel blijven die als Grootkanselier van de K.U.Leuven aan het hoofd van de Inrichtende Overheid staat. “Anders zou het niet ondenkbaar zijn dat bijvoorbeeld de voorzitter van de Associatie daar terecht zou kunnen komen,” aldus een decaan.
“De laatste veertig jaar wordt de universiteit door de overheid gesubsidieerd en heeft de IO meer verantwoordelijkheid naar de basis geschoven, een beetje zoals de Engelse koning met de ‘magna carta, vertelt professor Paul Van Orshoven, decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid. “De rector wordt door de basis verkozen, en de Academische Raad is een soort parlement. Door die verschuiving moet er een evenwicht gezocht worden tussen ‘boven’ en ‘beneden’: sommige zaken worden van bovenaf opgelegd, anderzijds is er de gedelegeerde autonomie van de Academische Raad. En als dat laatste de moeite waard is, rijst uiteraard de vraag waarom grote onderdelen van de universiteit – bijvoorbeeld het ziekenhuis – daaraan moeten ontsnappen.”
Zoals de zaken er nu voorstaan, zou de AR inderdaad enkel zeggenschap krijgen over de universiteit in de strikte zin van het woord. De ziekenhuizen, LRD (K.U.Leuven Research and Development) en de Associatie zouden daarbuiten vallen. De Raad van Bestuur zou zich voornamelijk moeten bezighouden met bestuursaspecten, en dit op het vlak van de vier poten, terwijl de academische aangeledenheden op het bord van de AR zullen belanden.
Een andere discussie betreft de organisatie van de groepen. Binnen de Groep Biomedische Wetenschappen en de Groep Wetenschap & Technologie zijn de faculteiten verantwoordelijk voor het onderwijs terwijl de departementen in de eerste plaats het onderzoek in goede banen leiden. Door de verstrengeling van onderzoek en onderwijs wilde die structuur in het verleden al eens problemen opleveren. “Als oplossing is ervoor gekozen de departementsvoorzitters op te nemen in het groepsbestuur. Op die manier wordt de communicatie en de samenwerking hopelijk bevorderd,” klinkt het nog.
Brood en spelen
“Ik had meer verwacht van het proces,” geeft professor Paul Van Orshoven, decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, toe. “De herstructureringscommissie had zich in alle beslotenheid over een grondig nieuw verhaal kunnen beraden, maar de operatie is haar goeddeels uit handen genomen. Nu ja, we zijn ondertussen allicht wat hervormingsmoe. We zitten al een jaar of zes met hervormingen op alle mogelijke niveaus. In de laatste maanden van rector Oosterlinck was er al een herstructuring, tegelijk ondergingen we de BaMa-hervorming, sindsdien ook nog de flexibilisering, de diplomaruimte, de vervroegde examenregeling, en dat wordt dan doorkruist door de rectorsevaluatie en alweer nieuwe rectorsverkiezingen. Intussen vergeten we soms dat onze core business eigenlijk academisch onderwijs is, dus op onderzoek gesteund en onderzoeksgeoriënteerd onderwijs. Veel tijd voor brood en spelen is er niet.”
Alle leden van de universitaire gemeenschap zullen de synthesenota die dinsdag wordt voorgesteld aan de Universiteitsraad ontvangen. Iedereen die dat wil, kan commentaren op de nota formuleren.